Bekijk hier het Energievademecum per hoofdstuk. Soms duurt het even voordat een hoofdstuk opgevraagd is.

Energievademecum

energiebewust ontwerpen van nieuwbouw­woningen


3 Energiebewust ontwerpen

Energiebewust ontwerpen is gericht op een comfortabel en gezond binnenklimaat met een zo laag mogelijk energieverbruik. Om dit te bereiken is een optimale afstemming nodig van het ruimtelijk ontwerp met de bouw- en installatietechniek. Die afstemming wordt des te belangrijker naarmate de EPC-eisen de komende jaren strenger zullen worden. Allerlei projecten in ons land laten zien dat zeer energiezuinige woningen nu al mogelijk zijn. In dit hoofdstuk staan energiezuinige woningconcepten centraal. De begrippen energieneutraal en nul-op-de-meter zijn in het kort beschreven. Verder wordt er verwezen naar handige sites met o.a. gerealiseerde voorbeeldprojecten. Ook is een checklist opgenomen als hulpmiddel bij het ontwerpen van energiezuinige woningen.

Al vroeg in het ontwerpproces worden keuzes gemaakt die effect hebben op de energie-efficiëntie van de woning. Het programma van eisen moet daarom al energie-eisen bevatten. Deze kunnen aansluiten bij de wettelijke eisen of kunnen scherper zijn door een lagere EPC (paragraaf 2.3.1) na te streven. Dat is afhankelijk van de ambitie voor het betreffende project (paragraaf 3.1). Ook kunnen er energiebesparende maatregelen genomen worden die (nog) niet gewaardeerd worden in de EPC (zie paragraaf 2.3.1 - 'Niet in EPC opgenomen').
Woningen kunnen op verschillende manieren aan de energie-eisen en energie-ambities voldoen (zie paragraaf 3.2) Ter ondersteuning van het ontwerpproces is een 'checklist energiebewust ontwerpen' opgenomen die een overzicht biedt van de meest relevante onderwerpen per bouwfase (paragraaf 3.3). Aan het begin van de hoofdstukken 3 t/m 10 is de checklist verder uitgewerkt voor specifieke zaken uit de betreffende hoofdstukken.

In paragraaf 3.4 is voor een aantal maatregelen het effect op de EPC gegeven en laten zes voorbeeldpakketten zien hoe een EPC van + 0,4 tot - 0,2 te halen is.

Deelchecklist Energiebewust ontwerpen: inleiding en PvE
Initiatief / haalbaarheid / projectdefinitie
  • Ga bij het opstellen van energie-ambities voor een project altijd na of er voor de betreffende locatie specifieke energie-afspraken gelden (paragraaf 3.1). Het kan gaan om bijvoorbeeld een bepaalde energie-infrastructuur, maar ook om extra 'eisen' bovenop het Bouwbesluit (bijv. via convenant).
  • Laat voor een plangebied (zoals een woon/werk wijk) een Energievisie opstellen (paragraaf 3.1). Zo kan optimaal gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden van een locatie met betrekking tot energiebesparing, energie-infrastructuur en duurzame energie;
  • Maak ter inspiratie bij het samenstellen van het PvE gebruik van energie-concepten en energiepakketten (paragraaf 3.4). In de Database Energiezuinig Gebouwd op www.rvo.nl zijn tal van (zeer) energiezuinige voorbeeldprojecten opgenomen.
  • Stel een helder PvE (Programma van Eisen) (paragraaf 3.1, 3.2) op, zodanig dat de eisen tussentijds, gedurende het ontwerp- en bouwproces, en bij oplevering te toetsen zijn. Spreek ook af wie toetst en reserveer daarvoor tijd (in planning en financiën).
Structuurontwerp / Voorontwerp
  • --
Definitief Ontwerp / Technisch ontwerp
  • --
Uitvoering / Gebruik / Exploitatie
  • --

In paragraaf 3.3 staat de checklist op hoofdlijnen



3.1 Ambitie en programma van eisen

Ambitie

Ga bij het opstellen van energie-ambities voor een project altijd na of er voor de betreffende locatie specifieke energie-afspraken gelden die zijn gemaakt tussen betrokken partijen zoals de gemeente, corporatie, ontwikkelaar of particuliere opdrachtgever. Het kan gaan om afspraken over bijvoorbeeld:

  • Een lagere EPC-eis dan het Bouwbesluit vraagt;
  • Welke energienetten aangelegd gaan worden; zo kan het verplicht zijn om aan te sluiten op een collectief warmtenet;
  • Of om extra inzet van duurzame energie.

Er zijn allerlei mogelijke vormen van afspraken gangbaar zoals een convenant, een projectovereenkomst, een grondcontract of een exploitatieovereenkomst.

In veel gevallen zal voordat zo'n afspraak gemaakt wordt, eerst een Energievisie worden opgesteld. Zo'n Energievisie geeft voor die specifieke locatie de technische en economische mogelijkheden aan voor een optimale energie-infrastructuur. En dit op basis van de 'Drie-Stappen-Strategie'. Als de betrokken partijen de Energievisie onderschrijven en ondertekenen, dan kan deze als contractstuk dienen bij de verdere ontwikkeling van het project. Meestal zullen in zo'n Energievisie ook afspraken zijn opgenomen over de uitvoerings- en beheerfase. Met de 'Uniforme Maatlat Gebouwde Omgeving'; [49] zijn verschillende warmtemaatregelen (zowel collectief als individueel) op een gelijkwaardige wijze te beoordelen.
Zie voor meer informatie over energiebesparing op een locatie op www.rvo.nl bij Energie in gebiedsontwikkeling.

Programma van eisen, toetsing en borging

In het programma van eisen (PvE) worden de uitgangspunten en de (energie-)ambities van het project weergegeven en waar mogelijk gekwantificeerd. Het is belangrijk om het PvE zo op te stellen, dat de eisen tussentijds, gedurende het ontwerp- en bouwproces, en bij oplevering te toetsen zijn. Maak ruimte vrij om deze toetsing ook werkelijk uit te voeren, zowel procesmatig als financieel. Hier is een duidelijke rol weggelegd voor de installatie- en bouwfysisch-adviseur.

Ook Bouwtoezicht heeft een belangrijke rol, maar dan wel specifiek voor die aspecten die met de bouwvergunning te maken hebben zoals de EPC. Het is de bedoeling dat de toetsing van een plan aan het Bouwbesluit door de gemeente geheel vervalt. De bouwpartners zullen er dan zelf voor moeten zorgen dat aan het Bouwbesluit voldaan wordt. De gemeente blijft wel kijken naar welstand, ruimtelijke ordening en de veiligheid van derden. Ingangsdatum van deze stelselwijziging: op zijn vroegst 2018. Meer informatie over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: www.stichtingibk.nl.

De belangrijkste energie-eis voor nieuwbouwwoningen is de EPC. Bij bovenwettelijke energieambities kan een lagere EPC dan in het Bouwbesluit, worden afgesproken. Zo is er bij o.a. gemeenten en opdrachtgevers een stijgende belangstelling voor energieneutrale en nul-op-de-meter projecten. Aanvullend kunnen energie gerelateerde eisen worden gesteld op het gebied van bijvoorbeeld emissies, comfort en binnenmilieu. De CO2-emissie is af te lezen uit de EPC-berekening.

Als men ook eisen in het PvE wil opnemen over andere thema's dan energie, kunnen o.a. de volgende digitale instrumenten en bronnen nuttig zijn:

KopStaart aanpak

De 'KopStaart aanpak' is gericht op de verbetering van de kwaliteit van nieuwbouwwoningen. De aanpak bestaat uit twintig praktische aandachtspunten in het bouwproces voor opdrachtgevers om aan het begin (Kop), tijdens de uitvoering en aan het einde (Staart) van het bouwproces de opleverkwaliteit van gezonde, energiezuinige woningen te borgen. De aanpak is een goede aanvulling op de checklisten in dit Energievademecum (aan het begin van elk hoofdstuk).

In de KopStaart aanpak wordt o.a. voor een integrale aanpak gepleit waarbij men bouwfysica en installatietechniek samen met het ruimtelijk en bouwkundig ontwerp uitwerkt. Een concrete aanbeveling is bijvoorbeeld om het leidingverloop en opstelplaats van het ventilatiesysteem al in de bestekfase volledig uit te tekenen zodat de aannemer en installateur tijdens de uitvoering niet voor verrassingen komen te staan. Een andere aanbeveling is om de kwaliteit van isolatie en luchtdichtheid te controleren met behulp van thermo(foto)grafie (paragraaf 5.1) en luchtdichtheidsmetingen ('opblaasproef') (paragraaf 5.1) en dit ook bij aanvang van de bouw aan te kondigen (bij aanbesteding).

Ontwikkeld zijn een te downloaden brochure [44] en een voorbeeldenboek.



3.2 Strategie energiebewust ontwerpen

Een energiebewust ontwerp kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. In deze paragraaf zijn kort vier strategieën beschreven, waarmee, op basis van de prestatie-eis, energiemaatregelen kunnen worden gekozen.

Deze beschreven strategieën leggen de nadruk bij het maken van keuzes achtereenvolgens bij de energetische kwaliteit (Trias Energetica), de levensduur van maatregelen (levensduur), de relatie met overige kwaliteiten (integraal) en de financiële aspecten (kosten). Bij al deze strategieën moet bedacht worden hoe de toekomstige bewoner de woning zal gaan gebruiken en hoe een energiezuinig gebruik gestimuleerd kan worden. Monitoring van het energieverbruik is daarbij één van de mogelijkheden (zie paragraaf 7.2.6 bij Regeling).

Strategie:

Drie-stappen-strategie of Trias Energetica:
De Drie-stappen-strategie [50] voor energie of Trias Energetica gaat uit van een getrapte aanpak voor energiebewust ontwerpen en bestaat uit drie opeenvolgende stappen:

  1. Voorkom onnodig gebruik van energie. (Voorbeelden: compact bouwen, isoleren, luchtdicht bouwen, 'natuurlijk' ventileren, warmteterugwinning (ventilatielucht, douchewater), natuurlijke koeling, warmwaterbesparende maatregelen);
  2. Gebruik duurzame energiebronnen. (Voorbeelden: passieve zonne-energie, zonneboiler, bodemwarmte ten behoeve van een warmtepomp, gebruik van daglicht);
  3. Gebruik de eindige energiebronnen zo efficiënt mogelijk. (Voorbeelden: HR-verwarmingssysteem, restwarmte via warmte-krachtkoppeling, optimale regelingen van pompen en gelijkstroomventilatoren).

Zie voor de zg. 'Nieuwe stappenstrategie' het Themablad Innovatieve Energieconcepten [51]. In deze strategie wordt meer nadruk gelegd op het hergebruik van reststromen.

Strategie: levensduur
De keuze voor energiebesparende maatregelen wordt gemaakt op basis van de verwachte levensduur van componenten. Voor het behalen van de energieprestatie krijgen de componenten met de langste levensduur de hoogste energetische kwaliteit. De energetische kwaliteit van deze componenten ligt voor lange tijd vast. Vervolgens worden de maatregelen voor componenten met aflopende levensduur ingevuld tot de vereiste energieprestatie is bereikt. Bij vervanging van de delen met een relatief korte levensduur kan worden gekozen voor nieuwe en/of meer efficiënte technieken.

Strategie: integraal
Bij een integrale benadering van het ontwerp van de woning, worden bij de keuze van energiebesparende maatregelen alle kwaliteitsaspecten gewogen. Niet alleen de energetische kwaliteit is van belang, maar ook bijvoorbeeld levensduur, duurzaamheid, comfort, kosten, gezondheid, veiligheid en verkoopbaarheid. Zo is een oriëntatie pal op het zuiden optimaal voor passieve zonne-energie. Maar vanuit een stedenbouwkundig plan kan een minder gunstige oriëntatie gewenst zijn. De lagere zon-opbrengst is te compenseren door andere maatregelen te nemen. In de brochure 'Energiezuinige woningen ontwikkelen: de basis' [67] worden de vier belangrijkste 'robuuste' maatregelen benoemd om tot een integraal ontwerp te komen.

Strategie: economisch
Hier zijn twee benaderingen mogelijk: Men kan kiezen voor de laagste investering of voor de laagste woonlasten.



3.3 Checklist bij ontwerp energiezuinige nieuwbouwwoning

De checklist (afbeelding 3.1) geeft een overzicht van onderwerpen die van invloed zijn op het energieverbruik van een woning. Per onderwerp is een paragraafnummer gegeven, waar het betreffende onderwerp inhoudelijk behandeld wordt. Aan het begin van de hoofdstukken 3 t/m 10 is de checklist verder uitgewerkt voor specifieke zaken uit de betreffende hoofdstukken.

Enkele opmerkingen:

  • Veel van de in de checklist genoemde aandachtspunten kunnen in het bestek (of andere contractvorm) worden vermeld. Er kunnen eisen worden gesteld aan de uitvoerende partij(en), bijvoorbeeld in de vorm van de verplichting om vooraf een berekening te maken of achteraf controlemetingen uit te laten voeren naar o.a. de luchtdichtheid en de ventilatievouden. Gelet op de problemen die de afgelopen jaren geconstateerd zijn met de kwaliteit van o.a. ventilatiesystemen in nieuwbouwwoningen (zie [54] en [55]), vraagt deze controle veel meer aandacht. De metingen zullen ook echt, eventueel steekproefsgewijs, uitgevoerd moeten worden. Het uitvoeren van metingen zal bovendien preventief werken (als ze inderdaad als verplichting in het bestek zijn opgenomen) waardoor de kwaliteit verhoogd wordt. Daarnaast blijft natuurlijk (meer) controle tijdens de bouw van bouwtechniek en installaties van groot belang;
  • Uit onderzoek [65] blijkt dat het noodzakelijk is om installaties altijd zorgvuldig in te regelen en regelmatig te blijven controleren. Hiervoor zijn, zeker bij de complexere installaties, extra investeringen nodig voor ingebouwde meters, sensoren en overige voorzieningen voor monitoring. Houd bij het PvE en het ontwerp hiermee rekening. Maak duidelijke afspraken over de monitoring na de ingebruikname;
  • Neem in het bestek exacte informatie op over de gewenste energiebesparende voorzieningen en maatregelen. Noem prestatie-eisen of gewenst merk met volledige typeaanduiding (en indien nodig de vermelding: of gelijkwaardig product). Alleen de aanduiding 'energiebesparend' is niet voldoende. Een andere mogelijkheid is om eisen te stellen aan het werkelijke energieverbruik zoals bijvoorbeeld bij nul-op-de-meter-projecten waarbij op jaarbasis het totale energieverbruik op nul uitkomt (zie paragraaf 3.5);
  • Bij de selectie van energiebesparende maatregelen is het aan te bevelen om de energetische consequenties ook tussentijds te volgen met berekeningen van de EPC (paragraaf 2.3.1).

Afb. 3.1 Checklist met belangrijke onderwerpen voor het energiebewust ontwerpen van nieuwbouwwoningen. Per onderwerp is het paragraafnummer gegeven waar het inhoudelijk behandeld wordt

Initiatief & projectdefinitie Structuurontwerp & voorontwerp Definitief & technisch ontwerp Uitvoering & gebruik & exploitatie
Ruimtelijk ontwerp 3.1 Bouwprogramma 4 Oriëntatie gevels (zon / daglicht)
4.1 Verkaveling 4 Daglichtopeningen (zon / daglicht)
4.1.1 Woningtypologie (compactheid) 4.1.1 Verliesoppervlak/gebruiksoppervlak
4.1.3 Belemmering (groen, gebouwen) 4.1.1 Potentiële koudebruggen / kieren
7.4 Wel/geen warmtenet 4.1.2 Oriëntatie schuine daken (collectoren, pv)
7.4 Duurzaame collectieve verwarming 4.2 Onverwarmde ruimtes (berging, serre)
4.2 Zonwering
4.2.2 Organisatie plattegronden (zonbenutting)
4.4 Korte leidinglengtes tapwater
4.4 Toestellen verwarming/tapwater
4.4 Optimale plek installaties
4.4 Ruimte voor installaties en leidingen
Bouwtechnisch ontwerp 5.1 Minimum isolatie-eisen 4.4 Optimale plek installaties 5.1 Isolatiewaarde gebouwschil 5.1 Controle isolatie en kier- /naaddichting
5.1 Eisen detaillering 5.1 Isolatiewaarde gebouwschil 5.1 Isolerende kozijnen 5.1 Controle damprem
5.1.1 Wel of geen kruipruimte 6.8 Bouwkundige voorzieningen nachtventilatie 5.1 Detaillering (warmte, geluid)
5.2 Eisen zon-, daglichttoetreding 9.2 Korte leidinglengtes 5.1 Zwevende dekvloeren
5.3 Bouwmassa 9.3.5 Integratie zonnecollectoren in dak 5.2 g-en TL-factoren glas
10.2 Integratie PV in dak 5.2 Zonwering
Ventilatie 7.2 Afgiftesystemen 4.4 Ruimtebeslag installaties 7.2 Detaillering afgiftesysteem 7 Opleveringscontrole verwarmingssysteem
7.3.1 Duurzame energie 7.2 Keuze afgiftesysteem 7.2.5 Luchttoevoer houtkachel 7 Gebruiks-, onderhoudsinstructie
7.4 Individueel/collectief 7.3 Keuze toestelsoort (wp, hrketel, ..) 7.2.6 Regelingen individuele installatie 7.2.3 Keuze vloerbedekking bij vloerverwarming
7.4 Duurzaame collectieve verwarming 7.3.3 Bij toepassing WP: onderzoek bron 7.2.6 Isolatie leidingen in onverwarmde ruimten 7.2.6 Inregelen installatie
7.3.8 Zonneboilercombi 7.3 Type toestel
7.3.8 m² collector
7.4 Regeling en bemetering collectieve installatie
Koeling 8.1 Koelvraag voorkomen 6 Overweeg passieve koeling 6 Bypass WTW 8 Opleveringscontrole koelingssysteem
8.2 Afgiftesystemen 8.2 Keuze afgiftesysteem 8.2.2 Regeling per vertrek 8 Gebruiks-, onderhoudsinstructie
8.3 Toesteltype 8.3 Keuze toestel (samenhang verwarming) 8.2.4 Regeling airco
8.3 Type toestel (samenhang verwarming)
Tapwater-verwarming 9.1 Comfortklasse 9.1 Douchewater warmteterugwinning 9.1.1 Waterbesparende kranen, douchekoppen 9 Opleveringscontrole tapwatersysteem
9.3 Zonneboiler 9.2 Leidingverliezen 9.1.3 Detailleren douche-WTW 9 Gebruiks-, onderhoudsinstructie
9.2 Korte leiding naar de keuken 9.2 Naar keuken geïsoleerde en kleine ø
9.3 Soort toestel 9.3 Type toestel
9.3.5 Zonneboiler 9.3.5 Detaillering zonneboiler
Elektriciteit 10.1 verlichting (daglicht) 10.1 verlichting (daglicht) 10.1 regelingen installaties 10 handleiding energiezuinige apparatuur
10.2 mogelijkheden pv, wind 10.2 mogelijkheden pv, wind 10.1 elektriciteitsgebruik installaties
10.2 detailleren pv in dak/gevel


3.4 Energiebesparende maatregelen en pakketten

In afbeelding 3.2 is voor de twee-onder-een-kap referentiewoning het effect op de EPC weergegeven van diverse maatregelen.

Afbeelding

Afb. 3.2 Het effect van een aantal energiebesparende maatregelen op de EPC van de referentie twee-onder-een-kapwoning van RVO (voorzien van pakket 1 uit afb 3.3; EPC = ca. 0,4). De referentie-kenmerken staan in de horizontale grijze balken vermeld. Links in de gekleurde verticale balken staan de betreffende hoofdstukken. De EPC-effecten zijn afgerond op 0,01

De voorbeeldpakketten geven een beeld van diverse mogelijkheden om te voldoen aan in de tabel (afbeelding 3.2) genoemde EPC's. De energieprestaties en CO2-emissies van deze voorbeeldpakketten zijn berekend met de EPG (NEN 7120 met aanvullingen) [30].

Per pakket zijn de hoogste en laagste waarde van de EPC, het energieverbruik en de CO2-emissie van de zes referentiewoningen gegeven. In bijlage 4 staat enige achtergrondinformatie over de referentiewoningen.

In woningen zijn nog tal van energiebesparende maatregelen te treffen, die niet in de EPC meegenomen worden. Deze maatregelen zijn niet in de bijgaande voorbeeldpakketten opgenomen, maar horen (deels) zeker thuis in energiezuinige woningbouw (zie paragraaf 2.3.1 - Niet in EPC opgenomen).

Pakket Beschrijving
Pakket 1 (EPC 0,4) Warmte-isolatie volgens minimum-eisen Bouwbesluit, gebalanceerde ventilatie met WTW en CO2-sturing op de afvoer (systeem D3), HR-combiketel en (indien nodig) PV, douche-WTW alleen in laagbouwwoningen
Pakket 2 (EPC 0,2) Goede warmte-isolatie, gebalanceerde ventilatie met CO2-sturing per zone (systeem D.5a), HR-combiketel, luchtdichtheid op Passiefhuis-niveau, zomernachtkoeling en PV, douche-WTW alleen in laagbouwwoningen;
Pakket 3 (EPC 0,2) Goede warmte-isolatie, natuurlijke toevoer ventilatielucht met indirect CO2-sturing per per verblijfsruimte en mechanische afvoer (systeem C.4b), HR-combiketel, luchtdichtheid op Passiefhuisniveau, zomernachtkoeling en PV, zonneboiler alleen in de laagbouwwoningen;
Pakket 4 (EPC 0,2) Goede warmte-isolatie, gebalanceerde ventilatie met CO2-sturing per zone (systeem D.5a), combi-warmtepomp met bodemwisselaar, vrije koeling, luchtdichtheid op Passiefhuisniveau, PV en douche-WTW alleen in laagbouwwoningen;
Pakket 5 (EPC 0,0) Zeer goede warmte-isolatie, gebalanceerde ventilatie met CO2-sturing per zone (systeem D.5a), combi-warmtepomp met bodemwisselaar, luchtdichtheid op Passiefhuisniveau, zomernachtkoeling en PV;
Pakket 6 (EPC -0,10 /-0,2) Zeer goede warmte-isolatie, gebalanceerde ventilatie met CO2-sturing per zone (systeem D.5a), combi-warmtepomp met bodemwisselaar, luchtdichtheid op Passiefhuis-niveau, zomernachtkoeling en PV. Het is niet eenvoudig om bij de gestapelde bouw een EPC te realiseren die lager is dan -0,10.
In alle pakketten is het elektriciteitsverbruik van pompen en ventilatoren ingevoerd volgens kwaliteitsverklaringen in plaats van forfaitaire waarden. Dit verlaagt de EPC aanzienlijk.

Afb. 3.3 Schema van zes voorbeeldpakketten met EPC-scores van +0,4 tot -0,2 in de zes referentiewoningen van RVO (zie bijlage 4). Onderaan de tabel staan per pakket de hoogste en de laagste waarden voor de EPC, het gasverbruik voor ruimteverwarming en tapwater (bij CV-ketel), het elektriciteitsverbruik voor het ventilatiesysteem en CV-installatie (en voor zover van toepassing ook voor de warmtepomp voor ruimteverwarming en tapwaterverwarming), de totale CO2-emissie (inclusief verlichting) en de opbrengst van PV. Het elektriciteitsverbruik van de CV-ketel/warmtepomp en van het ventilatiesysteem is volgens kwaliteitsverklaringen (in plaats van forfaitaire waarden) ingevoerd.

Eenheid Pakket 1
EPC = 0,4
Pakket 2
EPC = 0,2
Pakket 3
EPC = 0,2
Pakket 4
EPC = 0,2
Pakket 5
EPC = 0,0
Pakket 6
EPC = -0,2
Bouwkundig Rc vloer m²·K/W 3,50 6,00 6,00 6,00 6,00 6,00
Rc dak m²·K/W 6,00 10,00 10,00 10,00 10,00 10,00
Rc gevel m²·K/W 4,50 6,50 6,50 6,50 8,50 8,50
Rc kopgevel (hoek, tweekap, galerij) m²·K/W 4,50 6,50 6,50 6,50 8,50 8,50
Uraam (incl. kozijn) W/m²·K 1,30 1,10 1,10 1,10 1,10 1,10
g-factor - 0,60 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50
Udeur (incl. kozijn) W/m²·K 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30
Koudebruggen - SBR details SBR details SBR details SBR details SBR details SBR details
Infiltratie (kierdichting) qv10;spec dm³/sm³ 0,400 0,150 0,150 0,150 0,150 0,150
Ventilatie Luchttoevoer - Mechanisch7) Mechanisch8) Natuurlijk4) Mechanisch8) Mechanisch8) Mechanisch8)
Luchtafvoer - Mechanisch7) Mechanisch8) Mechanisch4) Mechanisch8) Mechanisch8) Mechanisch8)
Rendement WTW % 95% 95% N.v.t. 95% 95% 95%
Regeling - CO2-sturing CO2-sturing CO2-sturing CO2-sturing CO2-sturing CO2-sturing
Bypass % 100% 100% N.v.t. 100% 100% 100%
Opgenomen vermogen ventilatoren W 53,6 53,6 23,0 53,6 53,6 53,6
Zomernachtkoeling (max spuien) Ja/nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja
Ruimteverwarming Toestel - HR-107 HR-107 HR-107 Combi-warmtepomp Combi-warmtepomp Combi-warmtepomp
Opwekkingsrendement % 97,5% 97,5% 97,5% 595% 595% 595%
Warmteafgifte - LT-radiator Vloer Vloer Vloer Vloer Vloer
Koeling Handbediende zonwering (zuid)1) Ja/nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Toestel koeling - Geen Geen Geen Vrije koeling via WP9) Vrije koeling via WP9) Vrije koeling via WP9)
Warmtapwater Toestel - HRww HRww HRww Combi-warmtepomp Combi-warmtepomp Combi-warmtepomp
Opwekkingsrendement % 75 - 85 % 75 - 85 % 75 - 85 % 305,0% 305,0% 310%
Leidinglengte en diameter - Gemeten Gemeten Gemeten Gemeten Gemeten Gemeten
Douchewater warmteterugwinning Ja/nee Ja/nee2) Ja/nee2) Ja5) Ja/nee2) Ja10) Ja10)
Zonneboiler met collectoroppervlak m²/woning 0,0 0,0 4,0/0,06) 0,0 0,0 0,0
PV Geïnstalleerd vermogen Wp/woning 0 - 795 960 - 1680 720 - 1560 480 - 825 1665 - 3120 2205 - 5040
Oppervlak m²/woning 0 - 5,3 6,4 - 11,2 4,8 - 10,4 3,2 - 5,5 11,1 - 20,8 14,7 - 33,6
Energieverbruik - CO2 emissie (laagste / hoogste waarden per pakket) EPC - 0,38 - 0,40 0,18 - 0,20 0,18 - 0,20 0,18 - 0,20 0,01 - -0,20 -0,0711) - -0,22
Gasverbruik m³ gas/jaar 449 - 828 340 - 592 274 - 564 0 0 0
Elektriciteitsverbruik installaties + verlichting3) kWh/jaar 616 - 1071 610 - 1060 514 - 1076 1676 - 2655 1490 - 2612 1490 - 2219
Opgewekte elektriciteit (PV) kWh/jaar 0 - 706 858 - 1502 644 - 1373 429 - 722 1471 - 2789 1859 - 4506
CO2 emissie kg/jaar 1288 - 2415 1053 - 1785 996 - 1692 945 - 1497 840 - 1473 840 - 1251
Toelichting:
1) Zonwering: in appartementen ook op oost en west
2) Douche-WTW: in laagbouw wel, in gestapelde bouw niet
3) Koeling exclusief forfaitaire koeling voor zomercomfort: bij warmtepomp met vrije koeling is elektraverbruik wel inbegrepen
4) Ventilatiesysteem C.4b: CO2-sturing indirect op toevoer per verblijfsruimte, zonder zonering
5) Douche-WTW: in laagbouw douchepijp-WTW, in gestapelde bouw douchebak-WTW
6) Zonneboiler zonneboiler: alleen in laagbouwwoningen
7) Ventilatiesysteem D.3: gebalanceerde ventilatie met WTW CO2-sturing op afvoer, geen zonering
8) Ventilatiesysteem D.5a: gebalanceerde ventilatie met WTW en CO2-sturing per zone
9) Vrije koeling: vrije koeling via bodemcircuit met behulp van combi-warmtepomp
10) Douche-WTW in laagbouw douchepijp-WTW: in gestapelde bouw douchegoot-WTW
11) EPC gestapelde woningen: ondanks extra PV op borstwering balkons is een lagere EPC niet haalbaar binnen huidige opzet


3.5 Zeer energiezuinige (woning)concepten

Het overheidsbeleid is er op gericht dat vanaf 2021 alle nieuwbouwwoningen 'bijna-energieneutraal' moeten zijn (zie paragraaf 2.2), in navolging van Europees beleid.

De koplopers in de bouwwereld lopen daarop vooruit en bieden allerlei zeer energiezuinige woningconcepten aan. Daarbij worden diverse begrippen gebruikt zoals 'energieneutraal', 'nul-op-de-meter' en 'energie-nota-nul'. Ook de begrippen 'CO2-neutraal' en 'klimaatneutraal' komen voor, maar dan vooral bij organisaties en grotere locaties.

Bij al deze begrippen is het van belang welke energiestromen worden meegeteld (zie voor achtergrondinformatie [56] en [57]):

  • 'Woninggebonden energie': de energie nodig voor ruimte- en tapwaterverwarming, ventilatie, koeling en verlichting1 min de opbrengst van bij de woning gewonnen (ofwel 'lokale') duurzame energie;
  • 'Gebruikersgebonden energie' (exclusief verlichting1): de energie nodig voor huishoudelijke apparaten zoals witgoed inclusief kookapparatuur, computers, TV's en hobby;
  • 'Materiaalgebonden energie': de energie nodig voor de bouw inclusief productie en vervoer van de bouwmaterialen, het onderhoud en de sloop van de woning.

1) Als in dit kader met de EPC gerekend wordt, telt verlichting via de EPC forfaitair mee bij de 'woninggebonden energie'; als niet met de EPC wordt gerekend, valt verlichting onder het 'gebruikersgebonden energieverbruik'.

Zie voor meer informatie ''Begrippenlijst gebouwen'' [53] en het Infoblad Energieneutraal bouwen: definitie & ambitie [68]. In de publicaties [248] en [249] wordt ingegaan op ervaringen met zeer zuinige woningbouwprojecten.

Energieneutraal

In het Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen (BENG) [43] is bepaald dat een volledig energieneutraal gebouw (of woning) een EPC = 0 heeft. Dit houdt dus in dat bij het bepalen van energieneutraliteit:

  • Alleen het gebouw- of woninggebonden energieverbruik meetelt, het gaat hierbij om ruimteverwarming, warmtapwater, koude en elektriciteit voor pompen, ventilatoren, elektrische warmtepompen en (forfaitair) verlichting;
  • Gebiedsgebonden maatregelen zoals bijv. warmtelevering via de EMG (zie paragraaf 2.3.2) wel worden gewaardeerd; de opwekking van energie kan dus in en buiten de woning plaatsvinden mits de maatregelen bij de omgevingsvergunning (bouwvergunning) worden meegenomen;
  • Het netto energieverbruik (totale energievraag min opbrengst lokale duurzame energie) wordt bepaald gedurende een jaar.

Bij de EPC-berekening wordt (zie paragraaf 2.3.1) het huishoudelijke elektriciteitsverbruik buiten beschouwing gelaten met uitzondering van verlichting. Hiervoor wordt een forfaitaire waarde aangehouden. Het begrip 'energieneutraal' wordt ook wel anders gebruikt, bijvoorbeeld in de betekenis van 'nul-op-de-meter'; dit kan de nodige verwarring opleveren.

Meer informatie: Infoblad Energieneutrale woningbouw [69] en Infoblad Energie-eisen en woonwensen [70]. In de Database Energiezuinig gebouwd [73] zijn tal van gerealiseerde energiezuinige woningbouwprojecten te vinden.

Nul-op-de-meter

De term 'nul-op-de-meter' wordt in de praktijk gebruikt als het totale energieverbruik (gas + elektriciteit) op jaarbasis op nul uitkomt. Het gaat hierbij om alle energieverbruiken die op de energiemeter(s) in de woning zichtbaar worden. Het energieverbruik voor huishoudelijke apparatuur ('niet-woninggebonden' energieverbruik) wordt dus hierbij meegenomen. De EPC van zulke woningen heeft een negatieve waarde. Globaal is zo'n 2.300 Wattpiek aan extra PV-panelen nodig om het huishoudelijk verbruik te compenseren. Dat kan geleverd worden door 15 à 20 m² PV-panelen. Een voorbeeld van nul-op-de-meter-woningen is te vinden in 'De tuinen van Sion' (afbeelding 3.5). Zie [74] voor resultaten van monitoring van o.a. dit project.

Om ook de benodigde energie voor de bouw, onderhoud en sloop van een woning te compenseren, zijn globaal nog 15 m² PV-panelen extra nodig (afbeelding 3.4). Deze hoeveelheid energie wordt o.a. bij een nul-op-de-meter-woning buiten beschouwing gelaten.

Bij nul-op-de-meter-woningen wordt door de bouwer/ontwikkelaar meestal gegarandeerd dat het energieverbruik inderdaad op nul uitkomt. Hiervoor worden uitgebreide energieprestatiecontracten opgesteld waarin duidelijk de uitgangspunten en voorwaarden zijn omschreven. Voor banken kan de garantie extra zekerheid bieden om extra financieringsruimte aan kopers te verlenen; zie de Tijdelijke Regeling Hypothecair Krediet.

De digitale publicatie Huis vol Energie [71] geeft aan de hand van een rijtjeswoning diverse mogelijkheden om tot nul-op-de-meter (daar energieneutraal genoemd) te komen. Op basis van berekeningen wordt ingegaan op de energiebalans op jaarbasis en op het comfort op een zomer- en winterdag. Ook beschrijft de publicatie mogelijkheden voor energiezuinige renovatie van woningen.

Afbeelding

Afb. 3.4 Indicatie van de diverse posten in de energiebalans bij een nul-op-de-meter-rijtjeswoning waarbij als extra ook de materiaalgebonden energie (bouw, onderhoud en sloop van de woning) gecompenseerd wordt door duurzame energie. Links de vraagzijde, rechts een mogelijke invulling van energiebronnen. Het materiaalgebonden verbruik is verrekend over de levensduur van het gebouw (75 jaar). Voor het huishoudelijke elektriciteitsverbruik is een relatief laag verbruik genomen. Dit kan worden bereikt door een bewust energiezuinig gedrag, het gebruik van zuinige apparatuur + verlichting en door minder apparaten te gebruiken, zie ook hoofdstuk 10 Elektriciteit. (Bron: mede op basis van [56])

Afbeelding

Afb. 3.5 Voorbeeld van energieneutrale en nul-op-de-meter woningen: het project De tuinen van Sion in Rijswijk (ZH) met 32 laagbouwwoningen (6 twee-onder-één-kapwoningen en 26 rijtjeswoningen). De EPC van de energieneutrale tussenwoningen bedraagt circa -0,11. De woningen zijn voorzien van o.a. drievoudige beglazing, een combi-warmtepomp met warmte-koudeopslag in de bodem, vloerverwarming/koeling, gebalanceerde ventilatie met WTW en CO2-regeling met meerdere zones, douche-WTW en bijna 20 m² PV-panelen. Vijf woningen zijn voorzien van extra PV-panelen waardoor ze het niveau 'nul-op-de-meter' bereiken; bovendien zijn aan de bewoners zeer energiezuinige huishoudelijke apparatuur meegeleverd. De eerste werkelijke energieverbruikscijfers (2013-2014) geven aan dat deze vijf woningen aan de verwachtingen qua energieverbruik voldoen (Betrokken partijen: adviesbureau Merosch; architect: Inbo; opdrachtgever: Gemeente Rijswijk; aannemer/ontwikkeling Dura Vermeer; realisatie: 2013)

Energie-nota-nul

Bij 'Energie-nota-nul' heeft de woning op jaarbasis per saldo een gemiddelde energienota van € 0,-. Hierbij wordt niet alleen gerekend met de kosten voor het totale energieverbruik, maar ook met de kosten voor vastrecht en met de teruggave van de energiebelasting. Onder het totale energieverbruik wordt verstaan het woninggebonden plus het gebruikersgebonden energieverbruik min de opbrengst van lokale duurzame bronnen. Ook hier mag een uitgebreid energieprestatiecontract niet ontbreken. De woning heeft een negatieve EPC-waarde. Een voorbeeld van energie-nota-nul-woningen is te vinden in het project Maurikse Gaarden (Afb 3.6).

Afbeelding
Afbeelding

Afb. 3.6 Voorbeeld van Energie-nota-nul-woningen: de vijf ‘energienotaloze’ woningen in het project Maurikse Gaarden in Maurik voldoen hieraan. De woningen zijn naar het oosten en westen gericht, zodat ook de beide schuine dakvlakken een oost- en west-oriëntatie hebben. Hierop liggen in totaal ruim 50 m2 PV-panelen. De EPC bedraagt -0,3. De woningen zijn naast de PV-panelen ook voorzien van o.a. drievoudige beglazing, HR-combiketel en een ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer. Er is aan de bewoners een energieprestatiegarantie voor 10 jaar door de ontwikkelaar afgegeven. (Betrokken partijen: architect: AGS Arnhem; bouwer/ontwikkelaar: Trebbe; opdrachtgever: Stichting Woningbeheer Betuwe; realisatie: 2013. Foto's: Trebbe)

Energieleverend

Als er op jaarbasis een energie-overschot is, spreekt men van energieleverend. Hoe groot het positieve saldo moet zijn, is nergens (officieel) omschreven. Het begrip wordt niet eenduidig gebruikt, maar het ligt voor de hand om uit te gaan van het saldo van het woninggebonden plus gebruikersgebonden energieverbruik min de opbrengst van lokale duurzame energie.

Autarkisch

Een woning is volledig autarkisch qua energie wanneer de woning geheel zelfvoorzienend is. Er wordt alleen gebruik gemaakt van lokale duurzame energiebronnen. De woning is noch aangesloten op het gasnet noch op het elektriciteitsnet.

CO2-neutraal / klimaatneutraal

Om wildgroei van begrippen te voorkomen, wordt aanbevolen om CO2- en klimaatneutraal niet voor woningen en gebouwen te gebruiken, maar voor organisaties in brede zin. Zo kan bijvoorbeeld een bedrijf, stad of regio streven naar klimaatneutraliteit. Beide begrippen omvatten veel meer dan het energieverbruik voor verwarmen, koelen, ventileren en voor het gebruik van apparaten: zo tellen bijvoorbeeld mee de benodigde energie voor het produceren en leveren van producten, diensten en voedsel, voor mobiliteit en voor de bouw/aanleg en sloop van de gebouwde omgeving inclusief infrastructuur. Meer informatie: Lokaal Energie- en Klimaatbeleid.



3.6 Passiefhuis en Zonnehaardwoning

Niet energieneutraal of energienul, maar wel energiezuinig, zijn concepten zoals Passiefhuis en Zonnehaardwoning.

Passiefhuis

In de praktijk lag de EPC-waarde van een Passiefhuis tot eind 2014 rond 0,4. Tot kort daarvoor was deze waarde nog bijzonder, vanaf 1 januari 2015 niet meer omdat de maximale waarde voor àlle nieuwbouwwoningen volgens het Bouwbesluit 0,4 is geworden. Door het nemen van extra maatregelen is een lagere EPC bij een Passiefhuis natuurlijk ook te realiseren. Het idee voor het concept is afkomstig uit Zweden. Intussen zijn er in Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Zwitserland meer dan 10.000 Passiefhuizen gebouwd [58], in ons land enkele honderden (afbeelding 3.7). Op www.passiefbouwen.nl [59] en op www.rvo.nl/energiezuiniggebouwd staan voorbeelden uit Nederland. Op www.passiv.de [60] en Kennisplatform Energieneutraal Bouwen [62] staan voorbeelden uit respectievelijk Duitsland en België. Op www.passivhausprojekte.de [75] staan bijna 3000 projecten uit een groot aantal landen. Overigens is al in 1980 door Architecten- en ingenieursbureau Kristinsson het concept van de 'CV-loze woning' gepresenteerd. Dit concept is vergelijkbaar met dat van het Passiefhuis. Uit de CV-loze woning is de 'Minimum-energiewoning' voortgekomen waarvan er vanaf 1984 vele honderden in ons land zijn gebouwd.

Afbeelding

Afb. 3.7 Het project Velve-Lindenhof in Enschede bestaat uit ruim 210 woningen, waarvan 82 houtskeletbouw 'passiefhuizen' (met Passiefhuis-certificaat en EPC = 0,36). De woningen zijn voorzien van o.a. een zeer goede warmte-isolatie, HR-combiketel en zonneboiler, CO2 gestuurde gebalanceerde ventilatie met WTW en zomernachtventilatie (zie de roosters op de foto). (Betrokken partijen: opdrachtgever: corporatie De Woonplaats, architect: Beltman Architecten, bouwer/ontwikkelaar: bouwcombinatie De Groot Vroomshoop en Goosen Te Pas Bouw, energieadviseur Nieman; realisatie 2013. In het project zijn ook 5 woningen gerealiseerd die 'bijna energieneutraal' (EPC = 0,07) zijn. Bron: Laurens Kuipers Fotografie)

Belangrijke kenmerken van een Passiefhuis zijn:

  • Maximale energiebehoefte (voor ruimteverwarming en koeling, exclusief hulpenergie voor pomp en ventilatoren) per m² gebruiksoppervlakte: 15 kWh per jaar; als dat door een HR-ketel geleverd moet worden, is daarvoor per m² gebruiksoppervlakte ca. 1,7 m³ aardgas nodig;
  • Maximale primaire energiebehoefte per m² gebruiksoppervlakte voor ruimteverwarming, koeling, tapwater en elektriciteit (zowel voor de installaties als voor huishoudelijk - ook tv, computer enz. - gebruik) 120 kWh per jaar, dit komt overeen met ca. 12,5 m³ aardgasequivalent per m² gebruiksoppervlakte. Deze eis moet voorkomen dat een hoge interne warmteproductie een belangrijk aandeel heeft in de ruimteverwarming waardoor de woning zuiniger lijkt dan hij in feite is;
  • Zeer goed geïsoleerd met Rc-waarden van 8,0 à 10, voorzien van geïsoleerde kozijnen en deuren, een zeer goede detaillering qua warmte-isolatie en kierdichting, drievoudige beglazing, bij voorkeur met zeer goed isolerende afstandhouders;
  • Optimaal gebruik van passieve zonne-energie;
  • Goede voorzieningen voor zonwering en 'passieve' zomernachtkoeling;
  • Een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW;
  • Een zonneboiler voor warm tapwater.

Helaas zijn er nog te weinig energieverbruikscijfers van Nederlandse Passiefhuizen voorhanden om algemeen bruikbare referentiecijfers te kunnen geven. Wel zijn op www.passiv.de energieverbruikscijfers van enkele Duitse projecten te vinden.

In Duitsland is voor Passiefhuizen een specifiek rekenmodel ontwikkeld, het PHPP [61]. Hiermee kan men bepalen of aan de criteria voor een Passiefhuis wordt voldaan. Voor ons land is een aangepaste versie verkrijgbaar: PHPP-NL (zie www.passiv.de). Bij de aanvraag voor een bouwvergunning, moet natuurlijk wel een EPC-berekening worden toegevoegd.

Het concept Passiefhuis is voorzien van gebalanceerde ventilatie met WTW. Zoals uit de berekende concepten in het Energievademecum blijkt, zijn ook andere ventilatiesystemen mogelijk om een met het Passiefhuis vergelijkbare EPC te halen. In een speciale handleiding voor Passiefhuizen [63] staat veel aanvullende informatie over o.a. installatie-varianten, voorzieningen voor 'passieve' zomernachtkoeling en bouwkundige details (afbeeldingen 3.8 en 3.9). Bij die handleiding is nog gebruik gemaakt van de 'oude' EPN (NEN 5128), toch blijft de publicatie zeer informatief.

Afbeelding

Afb. 3.8 Verticale doorsnede. Voorbeeld van de aansluiting fundering met langsgevel in een Passiefhuis. In het binnenspouwblad is een isolatiemateriaal gebruikt met een λ-waarde van 0,23 (bijv. PIR-schuim); als er minerale wol met een λ-waarde van 0,035 wordt gebruikt, neemt de isolatiedikte toe van 240 mm naar ca. 340 mm. Om de koudebrug van de constructie in het binnenblad te beperken is een houten I-ligger gebruikt. Het gemetselde buitenspouwblad staat op cellulair glas, eveneens om de koudebrug via de fundering te minimaliseren. Bron [63].

Afbeelding

Afb. 3.9 Horizontale doorsnede. Voorbeeld van de aansluiting kozijn met het gesloten deel van de langsgevel in houtskeletbouw. Aan de binnenzijde (nog binnen de dampremmende laag) is een kleine spouw (gevuld met minerale wol) opgenomen waarin leidingen kunnen worden opgenomen. Deze spouw voorkomt dat de dampremmende laag onderbroken wordt waardoor vocht in de constructie kan komen en de luchtdichtheid afneemt. Bron [63].

Enige aandachtspunten:

  • Als gevolg van de 'eis' van het maximum energieverbruik van 15 kWh per m² gebruiksoppervlak, wordt een groot buitenoppervlak (bij gelijkblijvend gebruiksoppervlak), niet gecompenseerd zoals bij de EPC-berekening. Zo zijn bij een vrijstaande woning dus meer maatregelen nodig dan bij een rijtjeswoning;
  • Omdat een huidige nieuwbouwwoning (dus ook een Passiefhuis) slechts weinig warmte voor ruimteverwarming vraagt, hebben de huidige CV-ketels in een groot deel van het stookseizoen meestal een te groot vermogen. Daarom is het aan te raden om een buffer te installeren, bijvoorbeeld in de vorm van een voorraadvat of van vloer- of wandverwarming. De buffer voorkomt het 'pendelen' van de CV-ketel: het snel achter elkaar aan- en uitgaan van de ketel.Als alternatief voor een CV-ketel is natuurlijk ook een modulerende warmtepomp mogelijk, bij voorkeur zonder voorraadvat;
  • Het is mogelijk om een Passiefhuis-certificaat te krijgen wanneer een woning aan de eisen m.b.t. het maximum energieverbruik (berekend met het PHPP-NL rekenmodel) voldoet; aanvullend is o.a. een luchtdichtheidsmeting en infraroodcontrole verplicht. Het certificaat is aan te vragen bij Stichting Passief Bouwen [59].
Zonnehaardwoning

De Zonnehaardwoning anno 2017 [64] heeft een EPC van 0,30. Ten opzichte van een Passiefhuis met een vergelijkbare EPC-waarde, heeft de Zonnehaardwoning een lagere CO2-uitstoot. Ook de Zonnehaardwoning heeft een zeer goede isolatie en maakt gebruik van passieve zonne-energie (via een serre). Belangrijke verschillen met het Passiefhuis zijn:

  • Een ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en natuurlijke afvoer (dus geen gebalanceerde ventilatie met WTW); voorverwarming van de ventilatielucht in de serre; mechanische afzuigkap in de keuken;
  • Een 'gesloten' gashaard als warmtebron in de woonkamer;
  • Warmteterugwinning uit de rookgassen van de gashaard; deze warmte wordt opgeslagen in het opslagvat van een vergrote zonneboiler; dat vat levert warmte aan een beperkt CV-systeem voor de overige vertrekken en aan het tapwater.
Afbeelding

Afb. 3.10 Principe doorsnede van een zonnehaardwoning Wanneer in de serre was wordt gedroogd, deze eerst goed centrifugeren.

uitgave
Klimapedia, kennisbank voor bouwfysica, binnenmilieu, installaties en duurzaamheid, vijfde, herziene uitgave, 2017
ISSO, kennisinstituut voor de installatiesector, 2017

Versie 5.10

tekst & samenstelling
BOOM-SI, Milieukundig Onderzoek-& OntwerpBuro, Delft
ir. Ernest Israëls
ir. Frank Stofberg

Klankbordgroep
ir. Claudia Bouwens (NEPROM, Lente-akkoord)
ir. Leo Gommans (Faculteit Bouwkunde TU Delft, Hogeschool Zuyd, Heerlen)
ir. Kees van der Linden (Klimapedia, AaCee Bouwen en Milieu)
drs. ing. Harry Nieman (Instituut voor Bouwkwaliteit / Hogeschool Windesheim-Zwolle)
drs. ing. Michel Verkerk (ISSO)
ing. Klaas de Vries (RVO.nl)
ir. Harry van Weele (ISSO)
drs. Ruud van Wordragen (RVO.nl)

opdrachtgever
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)
De uitgave 2015 is op verzoek van de partners van het Lente-akkoord gerealiseerd, de actualisatie 2017 op verzoek van RVO.

Illustraties
ISSO en BOOM-SI, tenzij anders vermeld

Fotografie
BOOM-SI, tenzij anders vermeld

gerelateerd