Klimapedia EB

Ventilatiesystemen en energie

Ventilatiesystemen en energie

Inleiding

De belangrijkste functie van een ventilatiesysteem is het zorgen voor een goede luchtkwaliteit binnen een gebouw door de vervuilde binnenlucht af te voeren en verse buitenlucht toe te voeren. In het Bouwbesluit worden per gebouwfunctie en ruimtefunctie eisen gesteld aan de hoeveelheid verse lucht die door de basisventilatie (zonder invloed van externe factoren zoals wind) verzorgd moet worden. Een algemene beschrijving van ventilatiesystemen is te vinden in module I261.

Hoofdtypen

De ventilatiesystemen kunnen gecategoriseerd worden naar de manier waarop de lucht wordt toegevoerd en afgevoerd. Vaak worden deze systemen aangeduid als A,B,C,D systemen.

  • Natuurlijke toe- en afvoer (A)

Bij deze vorm van ventileren verlopen zowel de toevoer van verse lucht als de afvoer van vervuilde lucht zonder ventilatoren. Deze manier van ventileren is grotendeels in onbruik geraakt vanwege het feit dat de toe- en afvoer van lucht nauwelijks gecontroleerd kan worden.

  • Mechanische toevoer en natuurlijke afvoer (B)

Bij het systeem B wordt verse lucht met behulp van ventilatoren in het gebouw toegevoerd en de vervuilde lucht wordt uit de woning gedrukt via afvoeropeningen die uitmonden in een kanaal dat boven de nok van het dak uitsteekt. Ook hierbij is de luchtstroming minder goed te controleren dan bij de volgende systemen en dit systeem wordt dan ook weinig toegepast.

  • Natuurlijke toevoer en mechanische afvoer (C) (I262)

Hierbij wordt de vervuilde lucht mechanisch afgezogen. Door de onderdruk die zo gecreëerd wordt, wordt verse lucht via ventilatieopeningen het gebouw binnengebracht. De afzuiging van lucht laat zich goed regelen en hierdoor ook te toevoer. Als bij nieuwbouw over natuurlijke ventilatie wordt gesproken, wordt meestal dit type bedoeld.

  • Mechanische toe- en afvoer (D) (I263)

In het gebouw wordt lucht mechanisch toegevoerd en mechanisch afgevoerd waarbij in principe een evenwicht gecreëerd wordt tussen aan- en afvoer van lucht. Daarom wordt dit vaak balansventilatie genoemd. Bij balansventilatie wordt meestal warmteterugwinning (WTW) toegepast, zodat (theoretisch) tot 95% van de warmte uit de afvoerlucht kan worden overgebracht naar de toevoerlucht.

Luchtbehandeling

Naast het verzorgen van verse buitenlucht kan het ventilatiesysteem ook zorgen voor verdere conditionering van de lucht. Indien meerdere functies worden gecombineerd in één systeem gebeurt dit centraal via een luchtbehandelingskast (I264). Daarbij wordt de buitenlucht onder andere gefilterd voordat hij gebruikt wordt als bijvoorbeeld toevoerlucht. Het verwijderen van fijnstof vergt zeer speciale filters. In situaties waar de relatieve vochtigheid van het binnenklimaat van belang is (musea en dergelijke) wordt de lucht  ook nog bevochtigd of ontvochtigd.

De lucht kan verder (voor)verwarmd of (voor)gekoeld worden en zo deel uitmaken van het verwarmings- en koelsysteem (I266).

Energiegebruik, regelingen en WTW (met praktijkvoorbeelden)

De invloed van het ventilatiesysteem op het energiegebruik voor ruimteverwarming en koeling is zeer groot. Met het afvoeren van vervuilde binnenlucht wordt ook de warmte (of koude) in deze lucht afgevoerd en deze lucht wordt vervangen door buitenlucht. Daarom zijn er verschillende technieken om de hoeveelheid ventilatie te regelen en zoveel mogelijk te beperken (tot het minimum van wat er nodig is om de luchtkwaliteit te waarborgen). In het energievademecum (6.9) is hier meer informatie over te vinden. De meest gebruikte regelingen zijn;

Een andere veelgebruikte methode om het energieverlies door ventilatie te beperken is door warmte uit de afvoerlucht her te gebruiken voor de toevoerlucht door warmteterugwinning (WTW). In het energievademecum wordt dit besproken in paragraaf 6.6. Op de RVO site is een veelvoud aan praktijkvoorbeelden te vinden.

Bijzondere (geïntegreerde) ventilatiesystemen

Er bestaan inmiddels een heel aantal bijzondere geïntegreerde systemen. In module I269 worden daar een aantal van beschreven.