Handboek bouwfysische kwaliteit gebouwen

Visueel comfort

Daglichttoetreding

Daglichttoetreding op de werkplek en het niveau van het daglicht is belangrijk voor het functioneren van mensen. De gewaarwording van daglicht bepaalt de biologische stimulatie. Gebrek aan daglicht kan leiden tot slaapstoornissen, concentratiegebrek en depressies.

Daglichtfactor

De kwaliteit van daglichttoetreding kan worden bepaald aan de hand van de te realiseren daglichtfactor. De daglichtfactor is de verhouding tussen de verlichtingssterkte op een punt in het vertrek ten opzichte van de horizontale verlichtingssterkte in het vrije veld. In de berekeningen wordt uitgegaan van een CIE-bewolkte hemel (CIE overcast sky). In formulevorm geldt:

DF=Eruimte/Evrije veld x 100%

Waarin:

DF = daglichtfactor [%]

E = (horizontale) verlichtingssterkte [lux]

Lichtreflectiefactoren

Bij de bepaling van de daglichtfactor mogen ten hoogste de volgende lichtreflectiefactoren van de ruimteafwerking in rekening worden gebracht:

Wanden: 0,5.

Plafond: 0,7.

Vloer: 0,1.

Het doel van deze voorwaarde is dat na oplevering aanpassingen aan de kleur van de vloer en wanden kunnen worden gedaan. Indien hogere reflectiefactoren gehanteerd worden, zal bij een keuze voor donkerdere kleuren van vloer en wanden, niet langer voldaan worden aan de tijdens de ontwerpfase berekende daglichtfactoren.

Glaseigenschappen

Voor een kwalitatief goede daglichttoetreding worden de volgende glaseigenschappen vereist:

Raglas (kleurweergave-index): ≥ 80%; ter voorkoming van een sombere en storende daglichtkleur.

Lr,bi (reflectiefactor glas binnen): ≤ 15%; ter voorkoming van storende reflecties en spiegelingen, vooral tijdens donkere dagen in het winterseizoen.

Prestatieniveaus:

Kwaliteitsniveau

Basis

Goed

Uitstekend

werkplek langdurig verblijf (in de gevelzone)

≥ 2 %

≥ 3 %

≥ 5 % (1)

werkplek langdurig verblijf (ongeacht afstand tot gevel)

≥ 0,9 %

≥ 1 %

≥ 2 %

Werkplek kortdurend verblijf

≥ 0,1 %

-

-

Tabel 24 :Prestatieniveaus voor de gemiddelde daglichtfactor (DF) op de werkplek

Nb.: De prestatie wordt gemeten op een horizontaal vlak op een hoogte van 800 mm.

(1) Er zijn meer criteria die een goed verlichtingsniveau bepalen. Er is nog niet eenduidig vastgesteld of DF ≥ 5% de juiste waarde is.

Bepalingsmethode:

Ontwerpfase: berekenen met behulp van daglichtsimulatieprogramma's bij een CIE-bewolkte hemel. Hierbij moet de uiteindelijk toe te passen LTA in de berekening meegenomen worden. Standaard waarde is LTA = 60%.

Gebruiksfase: meten conform DIN 5034-5 “Daylight in Interiors”.

Aanvulling(en):

Een werkplek voor langdurig verblijf is een werkplek waar concentratietaken en beeldschermtaken elkaar afwisselen.

Een werkplek voor kortdurend verblijf is een werkplek waar personen in de regel niet langer dan 2 uur verblijven.

De gevelzone betreft de zone 1500 mm vanuit de gevel of vanuit een atrium, indien dit atrium daglicht ontvangt.

Met de gemiddelde daglichtfactor wordt het gemiddelde op de werkplek bedoeld. Hierbij dient een rekengrid van 100 x 100 mm gedefinieerd te worden.

De werkplek betreft het gehele vertrek, met uitzondering van een randstrook van 300 mm.

Genoemde getalswaarden voor de daglichtfactor zijn o.a. ontleend aan SBR-publicatie “Daglicht in het ontwerp van utiliteitsgebouwen”, waarbij de volgende kwalificaties worden benoemd bij de aangegeven daglichtfactoren:

0,9 % voldoende daglicht voor langdurig verblijf;

2 % minimaal nodig voor kantoorvertrek;

3 % minimaal nodig voor min of meer permanente verblijfsplek;

5 % voldoende voor een dagverlichte werkplek.

Uitzicht

Contact met de buitenomgeving vanuit de werkplek heeft een belangrijke psychisch invloed op het welbevinden. Hierbij dient gedacht te worden aan herkenning van beelden, waarnemen van buitenklimaat, oriëntatievermogen in een gebouw, groen en dergelijke.

Net als voor de daglichteisen moet ‘uitzicht’ op werkplekniveau worden beoordeeld. Werkplekken voor langdurig verblijf moeten uitzicht naar de omgeving bieden. Bij werkplekken voor kortdurig verblijf is uitzicht niet strikt noodzakelijk.

Elementen die de kwaliteit van het uitzicht bepalen zijn:

Waarnemen van het weer;

Waarnemen van de omgeving buiten;

Bij uitzicht op binnengebieden: het kunnen waarnemen van beweging

Gevoel voor ruimtelijkheid;

Waarnemen van natuurlijke elementen, zoals groen en bomen;

Privacy.

Prestatieniveaus:

Kwaliteitsniveau

basis

goed

uitstekend

Werkplek;

langdurend verblijf

uitzicht naar buiten of

binnengebieden

uitzicht naar buiten

uitzicht naar buiten

werkplek;

kortdurend verblijf

uitzicht niet noodzakelijk

uitzicht naar buiten of

binnengebieden

uitzicht naar buiten

Tabel 25 : Prestatieniveaus voor uitzicht.

Aanvulling(en):

Uitzicht naar buiten: hiervan is sprake als er een vrij en direct uitzicht is naar buiten, waarbij wordt uitgekeken op landschap (niet alleen de hemelkoepel) of objecten inclusief gebouwen dichtbij en veraf.

Uitzicht naar binnengebieden: bij uitzicht op een atrium, binnenplaats, binnentuin of binnenplein dient deze te zijn voorzien van enige aankleding, zoals groenvoorziening, plantenbakken, meubilair, kunstvoorwerpen en dergelijke.

Kunstlicht

Voor het uitvoeren van werkzaamheden (visuele prestatie) is een minimaal verlichtingsniveau met daarbij behorende goede kleurweergave op de werkplek vereist.

De benodigde lichtintensiteit (in lux) op de werkplek is afhankelijk van het type werk dat in de ruimte verricht wordt. De onderstaande eisen per soort werkzaamheid worden gegeven in de Nederlandse norm (NEN-EN 12464-1).

De kleurweergave-index, (Ra [-]), is de objectieve maat voor de kleurweergave van een lichtbron. Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of de kleuren van de omgeving, voorwerpen en mensen voldoende natuurlijk en realistisch worden weergegeven. De maximale maat voor de kleurweergave is Ra = 100.

Prestatieniveaus:

soort ruimte, taak of activiteit

verlichtingssterkte

op werkplek [lux]

Ra

[-]

archiveren, kopiëren, e.d.

300

80

schrijven, typen, lezen, gegevensverwerking e.d.

werken met een cad systeem

conferentie- en vergaderzaal

500

80

technisch tekenen

750

80

receptiebalie

300

80

Archieven (algemene verlichting)

200

80

Tabel 26 : Eisen aan de verlichtingssterkte (Em) op het werkvlak.

Gelijkmatigheidsindex Op het werkvlak (bureaublad) ≥ 75%.

De gelijkmatigheid is de verhouding van de minimum verlichtingssterkte tot de gemiddelde verlichtingssterkte op een oppervlak.

Bepalingsmethode:

In de ontwerpfase op basis van berekeningen, met richtwaarden uit de NEN-EN 12464-1.

In de gebruiksfase meten conform NEN 1891 “Binnenverlichting – Meetmethoden voor verlichtingssterkten en luminanties”.

Aanvulling(en):

De kunstverlichting dient in elke ruimte tenminste afzonderlijk aan- of uitgeschakeld te kunnen worden en dient bij voorkeur per stramien of ruimte regelbaar te zijn en/of dimbaar te zijn en in delen aan en uit te schakelen.

Luminantieverdeling, zon- en helderheidswering

Wanneer er te veel contrast is tussen de verschillende kijkvlakken dan heeft dit grote invloed op het visueel comfort van de kantoormedewerker. Dit leidt tot eisen aan de verdeling van luminanties (helderheden). De toetreding van daglicht en zonnestraling mogen voor de gebruikers geen hinder veroorzaken door te grote helderheidverschillen, verblinding, reflectie of directe zoninstraling.

Luminantie is de maat voor wat mensen als helderheid ervaren en wordt uitgedrukt in Cd/m2. In de NEN-EN 12464 is er een verschil gemaakt tussen kijkvlakken waar een werknemer naar kijkt, te weten:

Taakvlak: de directe werkplek, bijvoorbeeld het computerscherm of het toetsenbord.

Directe omgeving: de onderdelen die te zien zijn voor de werknemer wanneer deze werkzaam is, bijvoorbeeld de wand tegenover de werkplek.

Periferie: de onderdelen die zichtbaar zijn wanneer de medewerker rondkijkt in de ruimte, bijvoorbeeld de deur, het raam en de wand achter de werkplek.

De verblijfsruimten dienen te worden voorzien van afdoende middelen om zon- en daglicht te kunnen temperen om zo min mogelijk hinder van helderheidverschillen, verblinding, spiegeling, reflectie of directe zoninstraling te veroorzaken. Dit vraagt om een zorgvuldige keuze van soort en richting verlichtingsarmaturen en om een diffuse algemene verlichting. Speciale aandacht dient uit te gaan naar werkplekken met beeldschermgebruik (toepassen lage luminanties), waarbij het mogelijk moet zijn het daglicht te kunnen temperen (dag-lichtregeling).

Prestatieniveaus:

De maximale luminantieverhouding (taak, directe omgeving, periferie) moet niet meer zijn dan 1:10:30 (SBR Praktijkboek gezonde gebouwen).

Direct zonlicht op de werkplek moet kunnen worden geweerd.

Bepalingsmethode:

In de ontwerpfase op basis van berekeningen, met richtwaarden uit de NEN-EN 12464-1.

In de gebruiksfase meten conform NEN 1891 “Binnenverlichting – Meetmethoden voor verlichtingssterkten en luminanties”.

Definities

Daglichtfactor: verhouding tussen de verlichtingssterkte op een punt in het vertrek ten opzichte van de horizontale verlichtingssterkte in het vrije veld.

Kleurweergave-index: objectieve maat voor de kleurweergave van een lichtbron.

Luminantie: maat voor wat mensen als helderheid ervaren.

Relevante normen en documenten

DIN 5034-5: (2010-11) “Daylight in Interiors”.

NEN 1891: (1994) “Binnenverlichting - Meetmethoden voor verlichtingssterkten en luminanties”.

NEN-EN 12464: (2003) “Licht en verlichting – Werkplekverlichting”.

SBR-publicatie “Daglicht in het ontwerp van utiliteitsgebouwen”.

versie
2.30

uitgave
juni 2018

gerelateerd